Financieel: Hoeveel bedragen de verkooprechten bij aankoop beschermend erfgoed?
Wie wil overgaan tot de aankoop van een beschermd erfgoed, zal op de aankoopsom ook verkooprechten moeten betalen. Vanaf 1 januari 2025 is de regelgeving rond deze tarieven echter sterk vereenvoudigd. De specifieke gunsttarieven voor beschermde monumenten zijn komen te vervallen, en de aankoop valt nu onder de reguliere tarieven voor onroerend goed in Vlaanderen.
Het nieuwe tarief voor de enige gezinswoning (2025)
Sinds 1 januari 2025 is het tarief voor de aankoop van de enige eigen gezinswoning verder gewijzigd en teruggebracht naar 2% (voorheen 3%). Om aan dit voordelige tarief te voldoen, zijn enkele basisvoorwaarden verbonden:
U mag geen andere residentiële eigendommen bezitten op het moment van de aankoop (of u verkoopt deze binnen de vereiste termijn).
U moet zich binnen drie jaar (voorheen twee jaar) na de authentieke akte inschrijven in het bevolkingsregister op het adres van de aangekochte woning.
De afschaffing van het erfgoed-gunsttarief
De informatie die eerder circuleerde over een tarief van 1% voor beschermd erfgoed is niet meer van toepassing voor verkoopovereenkomsten gesloten vanaf 1 januari 2025.
De Vlaamse Regering heeft besloten om deze specifieke fiscale korting af te schaffen. Dit betekent dat het bezit van een beschermd statuut geen directe invloed meer heeft op het percentage verkooprechten dat u betaalt bij de aankoop.
Welk tarief betaalt u in 2025?
Is het beschermde erfgoed uw enige eigen gezinswoning? Dan betaalt u 2% verkooprechten.
Gaat het om een tweede verblijf of investeringspand? Dan betaalt u het standaardtarief van 12%.
Voorwaarden en sancties
Aangezien het aparte tarief voor erfgoed is afgeschaft, zijn ook alle bijkomende voorwaarden (zoals het investeren van het voordeel in een goedgekeurd beheersplan, of het beëindigen van werken binnen vijf jaar) komen te vervallen.
De algemene voorwaarden die van toepassing zijn, betreffen enkel het genieten van het verlaagde tarief van 2% voor de enige eigen gezinswoning.
Als u niet voldoet aan de voorwaarde om u tijdig in te schrijven als hoofdverblijfplaats, zal u de aanvullende rechten moeten betalen (het verschil tussen 2% en 12%, dus 10%). Op deze aanvullende rechten wordt ook een belastingverhoging van 20% toegepast. U zal de vermindering die u al gekregen hebt, dus moeten terugbetalen, vermeerderd met de boete.
De Vlaamse Belastingdienst controleert nog steeds of u aan uw verplichtingen voldoet en stuurt indien nodig herinneringsbrieven.